dinsdag 15 februari 2011

Sfeerbeeldje

zaterdag 12 februari 2011

Verslag Ventenweekend 2011 Grandhan

                 
Ok, beste lezers en vermoedelijk ook, in ’t geniep,… lezeressen, we hebben het weer gehad.
‘Weer’ in de twee betekenissen.
Ik kijk nu al uit naar het volgende ventenweekend, het vijftiende nog wel!
Maar… dan zullen er wel enkele afspraken moeten gemaakt worden.
Ten eerste: we moeten dringend gaan afstappen van onze programmatie van om dit uur dat, binnen 45 minuten dees, op ons papier staat het volgende, het sein is nog niet gegeven,...
Een beetje meer genieten en lol maken en vooral, niks moet!
Verder zal er een aparte slaapkamer gezocht worden voor de gepatenteerde snurkers onder ons.
Maarrrrr vooral: we nemen vanaf nu zelf een brug mee. Ook al heeft de Wimme voor zijne 40ste verjaardag een 3D wandel GPS met aanduiding van privé of openbaren wegen en bruggen al dan niet bewaakt door wild in ’t rond blaffende vrouwen gekregen, euh… we némen een Ikea- of Stagecobrug mee.
Er zijn handige jongens genoeg in onze bende en ook het vervoer kan geen probleem zijn.
Den Toon rijdt met plezier met zijne camion-remorque naar ginder.

Wat? Wat hebben we weeral tijdens ons weekend uitgespookt?, hoor ik u tot hier vragen.
Awel, even vertellen, het geheugen opfrissen of voor sommigen het geheugen aanvullen!
De Glenn heeft er gestudeerd, wat nauwlettend opgevolgd werd door zijn surveillant en verder:

Vrijdag 28 januari:
Met eens zoveel plezier lieten we die avond ons werk, huishouden en vrouw achter. We moesten immers op tijd bij de moe samenkomen om de auto’s en camionette in te laden.
Den hangar was er gevuld met meer dan voldoende drank, eten, hout, djembé’s, rugzakken…













Een soort OpperKrishna, aan het gebit te zien had deze goddelijkheid al wat jaren op de teller staan, hielp ons hierbij. Alles verliep hierbij vlekkeloos zodat we enkele uren later onder luid ‘Hare Hare gezang’ onze hoeve in Grandhan betraden. De geestelijke sfeer was er al want de voorwacht had het daar behaaglijk warm gemaakt, en nu was eindelijk het bier er ook.
Nadat iedereen een bedstee had gevonden en we ons geïnstalleerd hadden togen we aan tafel.
De eerste verwennerij van het weekend werd er opgediend. De Loe haar overlekkere erwtensoep met rookworst en daarna spaghetti, rijkelijk overgoten met de Wouter zijn niet te evenaren spaghettisaus.
Ook drank werd er bij geserveerd, e pinke of voor de meer gecultiveerde mens een glaasje wijn.
De rest van de avond leerden we mekaar wat beter kennen en ook het andere geslacht werd op de aanwezig zijnde laps en pads aan een grondiger onderzoek onderworpen. Ge zijt nooit te oud…
We waren na een tijdje zo oververhit dat het hoog tijd was voor onze jaarlijkse nachtwandeling.
Dus besloten we de Ourthe op te zoeken en daarvoor moesten we door ons mysterieus verlichte dorpje met zijn prachtige reuzegrote vierkantshoeven en zijn idyllisch kerkje met kerkhof.
Even schrokken we wel toen we in het koele licht van de heldere sterrenhemel een rij vreemde beesten op de brug over de Ourthe zagen zitten. Maar echt bang, neen dat waren we niet!
Allee, we waren blij toen we ons even later weer bij onze achtergebleven broeders bij het haardvuur konden opwarmen. We dronken er nog eentje en wensten mekaar de zoetste dromen.

Zaterdag 29 januari:
Opgestaan werd er rond 8 uur, sommigen pas na half 9.
Juist, we gingen geen uren meer gebruiken. Opnieuw dus.
We stonden op toen de zon, mooi oranjehelder, boven de golvende horizon verscheen.
Dit wordt een heerlijke dag, wisten we, de slaap uit onze ogen wrijvend, de eerste sigaret opzuigend…
De koffie en thee stonden klaar. En die geur van vers gebakken spek met eieren... Dat kan alleen maar op een Ventenweekend zo ruiken.
Daarna kwam de routine van boterhammen smeren, de nodige (sterke) drank verdelen en fruit en wafels in onze rugzakken steken. Er was nogal wat geklingel te horen maar dat heeft als voordeel dat zo’n rugzak, naarmate de tocht vordert, steeds minder weegt.
Allee, we waren weg. Zoals we gewoon zijn, de Wimme met zijn stafkaarten en kompas op kop. Niks kon en zou er dit jaar fout lopen.

           

Ok, we werden al na een kwartier door een plaatselijke walenboer met jeepke teruggeroepen omdat we een ‘Route Privé’ ingegaan waren en we moesten al eens ne stuikse bergaf nemen, van boom naar boom en op ons gat.

Maar we onderbreken dit programma even voor reklame:
"Dräger... Een hamer van 3 kilo valt van op een hoogte van
23 meter op een brandweerman zijne kop.
Een gat in zijne kop denk je dan! Morsdood, zeker van!
Nee hoor, bijlange niet. Hij droeg immers een helm van… Dräger!"
Wat verder kwamen we aan een riviertje en wilden dit via het aanwezige bruggetje oversteken.
Het staat op de kaart én op de uitgestippelde route. Wat denk je? Niks van. ‘Properieté privé!!!’
We werden er weggejaagd door een madammeke die er zelfs hare hond bijhaalde en ter bewaking aan de ketting legde. De Frakke ging dat even op zijn beste Frans regelen.
“Non non non monsieur, passage interdit!”
Je gaat zoiets toch niet vragen. Wij waren met 15 venten, zij was alleen met ne stommen hond.
( Voor verdere wraakacties: 50°20’48.88’’N – 5°24’22.15’’O )
Dus moesten we verder en werd er beslist dat iedereen dan maar over een omgevallen boom de Somme over moest kruipen.












Iedereen? Dan ken je de Jokke niet. Die gaat terug en de brug over, punt uit!
We bereikten allemaal droog de overkant om vandaar het pad te nemen naar ‘Le Chateau de Petite Somme’ dat door de Hare Krishna-gemeenschap tot hun Radhadesh werd omgebouwd. Blijkbaar waren ze nog steeds aan ’t verven. De plafonds waarschijnlijk, in ‘t beige…
En een eindje verder vonden we een rustig plekje aan de rand van het bos waar we in de volle zon onze boterhammen konden opeten of sommigen hun warme maaltijd zouden klaarmaken.
Dit was genieten: licht, warmte, rust, stilte…
Kriske vond zelfs een grote zak zoete hartjes onderin zijn rugzak en deelde die met plezier uit.
Tot… een boer en zijn zoon ons hun manoeuvreertalenten dienden te showen. ‘Hoeveel plaats heb ik nodig om met traktor en kar een stelletje debiele vlaamsche wandelaars het leven zuur te maken?’
Hoe dan ook , we waren weer aangesterkt en ook het vochtgehalte was weer op pijl gebracht.
Tijd om onze tocht verder te zetten. Tot… onze gevoelige reukorganen getreiterd werden door een penetrante geur van brandend vuilnis. Midden op een plekje heide in ’t bos, nog wel! Dat kon niet.
Zeker niet als er wat verder een bestelwagen met Nederlandse nummerplaat op de veldweg staat.
Dan komt de natuuractivist in ons boven. De toegangspoort naar dat wegeltje, die we even als toog gebruikten, hebben de Free en de Pik achter onze rug vakkundig afgesloten met stukken koord en eigen-handig gemaakte houten spiekes.
Hoe vloeken Hollanders nu ook alweer?
We trokken verder en voor we het goed doorhadden passeerden we onze eigen hoeve. Véél te vroeg, de zon scheen nog vollen bak.

Dus stapten we dapper verder en gingen aan de andere kant van het dorp de oevers van de Ourthe bewonderen. Zoiets kan je maar beter van binnenuit, op een terras en met een goei pint voor de neus.
Daar besloten we (althans de meerderheid) onze dames toch maar een aperitief aan te bieden en bleven de plaatselijke Passerelle-houder nog wat ambeteren met onze aanwezigheid. We kregen op den duur zelfs hun beste salon aangeboden om ons van het andere volk af te scheiden.
Tenslotte dropen we in groepjes af in de richting van ons vakantieverblijf waar de fondues reeds volop pruttelden. Altijd gezellig die jacht in hete olie naar ‘mijn stukske vlees’!
Maar het was weer lekker en even later zaten we goed doorgezakt in ons salon bij de haard.
Klaar voor het Stand-Up Comedy-optreden van de Pik. Hij gaf er een boeiende en vooral amusante bloemlezing van hetgeen hij zoal vanachter zijne toog meemaakt en opvangt! Hilarisch.
En alsof dat nog niet genoeg was diende de Frakke zo nodig onze hersenen of hetgeen er nog voor doorging wat te pijnigen met een quiz. Tegen een hels tempo werden er vragen naar onze arme hoofden geslingerd en nog veel sneller moesten we die beantwoorden. Zaterdagavond, goe gedronken, teveel gegeten en dan zoiets! Allee, we deden mee om hem plezier te doen.
Edoch, de scha(n)de was aanzienlijk en dus besloten we de boze geesten in ons te verdrijven met de hysterisch danspartijen van de Jokke op het wilde Benjé-getrommel van de Frakke en de Rikke.
Daar zijn beelden van!!!
Andere stortten zich de rest van de avond helemaal in de drank, het pokerspel of begonnen zelfs natuur-historische documentaires op het internet op te zoeken.

We hebben daar veel bijgeleerd over het ontstaan en de voortplanting van het mensdom. Kortom, we hebben goed geslapen die nacht.

Zondag 30 januari:
We besloten ook vanmorgen om op te staan en verschenen één voor één, al dan niet fris en/of gewassen, aan de ontbijttafel die door onze drie oudjes weer rijkelijk met croissants en krokante pistolékes werd gedekt. Koffie, thee, warme chocomelk. Mannekes, we worden daar verwend!
Tijd dan voor onze laatste activiteiten.
Den Tinkes en de Wimme vertrokken in professionele uitrusting met hun mountainbike en probeerden gedurende enkele uren Stefan te volgen… Resultaat? 45 Kilometer zwoegen langs de onmogelijkste wegskes én moddervlekken op de Wim zijne fiets.
Enkele anderen brachten een bezoekje aan het charmante Durbuy. Dit, op een eiland in de Ourthe gelegen stadje met zijn indrukwekkende rotsen en zijn authentieke middeleeuwse woningen heeft een charmante aantrekkingskracht. En als ze dan nog hun eigen bier ‘Durboyse’ hebben moesten we dat toch ook leren kennen zeker. Dat heet cultuur.
De derde groep, de echte venten, lieten zich ondertussen inwijden in de geheimen van de Hare Krishna bij de Radhadesh.
Ze snoven er letterlijk de sfeer van de hemelse godheid hemzelve. Evenwel met lichte overschrijding van de vervaldatum. Stel je even voor: 200 zingende, heupwiegende mensen in een niet verluchte zolderruimte met de nodige wierook en daarbij 400 schoenen op een hoop gegooid… Dat CO² gehalte wil je niet weten. De Kris begon zelfs intens mee te vingercimbalen.
Maar voor de rest, ze doen niks verkeerd. Je moet het alleen gezien hebben…
De laatste uren in de Ardennen brachten we terug samen in onze hoeve door.
We proefden er nog eens van ons Loe haar tomatensoepke, of bakten wat vlezekes in de pan.
Alles mocht op.
Ondertussen begonnen we al maar wat op te ruimen en in te pakken.
Maar, eerst nog tijd maken voor de jaarlijkse wereldkampioenschappen veldrijden.
Naar ’t schijnt vraagt de UCI ieder jaar wanneer wij op VentenWeekend gaan…
En de winnaar dit jaar werd…, weeral geen Belg.
Ok, we dronken nog een laatste pint en nadat alles in onze koffers was geladen lieten we ons verblijf in Grandhan achter ons.

Het was dus goed geweest. Terug naar Werchter, naar ons moe.
En, kan je dan beter een VentenWeekend afsluiten dan met een overheerlijk Croque Monsieur?
Wij dachten het niet!

Merciekes André, Paul, Martin, Frans, Jos, Kris, Wim, Tino, Stefan, Pieter, Frederik, Kristof, Glenn,
Jochen,Toon, Stijn, Pieter, Vincent, Erik om er bij te zijn.
Bedankt Loe voor de soepen, Mieke voor de aankopen, Wouter voor de spaghettisaus.